Netherlands Academy of Philanthropy van start

Netherlands Academy of Philanthropy van start

Op 11 september 2017 zetten vooraanstaande academici afkomstig van verschillende Nederlandse universiteiten hun handtekening onder de charter van de Netherlands Academy of Philanthropy (NAP). Daarmee gaan zij een structurele samenwerking aan om filantropie als wetenschap naar een hoger peil te brengen. Ter gelegenheid van de feestelijke lancering van de NAP hebben ook vertegenwoordigers van fondsen, maatschappelijke organisaties, de overheid en het bedrijfsleven hun handtekening op de charter gezet als steunbetuiging aan de missie van de NAP.

De ondertekening van de charter vond plaats tijdens het symposium Rethinking the Netherlands, waarin de rol van filantropie in de snel veranderende samenleving centraal stond. Deze startbijeenkomst van de NAP was tevens een illustratie van de verschillende doelstellingen die de NAP voorstaat. De NAP komt voort uit een initiatief van de Maatschappelijke Alliantie. “Wij constateerden een groeiende behoefte aan meer contact en afstemming tussen wetenschap, fondsen, bedrijven en overheid”, verklaart voorzitter van de Maatschappelijke Alliantie Steven van Eijck. “Daarop hebben wij een brede groep academici in de filantropie uitgenodigd om een diepgaande onderlinge samenwerking en nauwere aansluiting met de praktijk van de filantropie te bevorderen.”

Naast het structureel uitwisselen van kennis richt de NAP zich op het informeren van een breder publiek over wetenschappelijk onderzoek, het zoeken van aansluiting met de praktijk van fondsen en filantropen en het optreden als nationaal en internationaal kenniscentrum voor filantropisch onderzoek in Nederland. Al deze elementen kwam aan bod in het programma van Rethinking the Netherlands, waarin filantropie in Nederland werd beschouwd vanuit het perspectief van verleden, heden en toekomst.

Verleden – filantropie in de Gouden Eeuw
Zo schetsten Pamala Wiepking (assistent professor Erasmus Universiteit Rotterdam) en Marco van Leeuwen (hoogleraar Universiteit Utrecht) een onderhoudend beeld van filantropie in Nederland in de Gouden Eeuw. “In de Gouden Eeuw maakte de filantropie een bloei door”, stelde Wiepking. “Opvallend was dat met name de burgerij een grote geefbereidheid toonde; de adel en regenten bleven daarbij achter. Ook religie en het al dan niet hebben van kinderen of echtgenoot waren van invloed op die geefbereidheid. Geslacht en vermogen waren daarentegen niet echt van belang.” Van Leeuwen ging dieper in op de factoren die leidden tot een grote geefbereidheid in de Gouden Eeuw. “Er was natuurlijk een grote welvaart waardoor men kon geven. Maar ook de gedachte dat wanneer men niet zou geven, de behoeftigen uiteindelijk zouden komen nemen wat hun onthouden werd. Daarnaast werden bijvoorbeeld testamenten gerespecteerd, waardoor er vertrouwen was om te geven. En er was een sterk besef om de eigen gemeenschap te versterken. Opmerkelijk genoeg zijn de omstandigheden toen die bloei mogelijk maakten vandaag de dag nog steeds aanwezig. Een nieuwe bloei van de filantropie in deze tijd is goed mogelijk.”

Heden – filantropie in een veranderende samenleving
Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal Economische Raad, gaf een beschouwing over de ontwikkeling van de rol van filantropie in onze samenleving waarbij er sprake is van een duurzaam evenwicht tussen democratie, participatie en filantropie. “Het werk van de SER en filantropie raken elkaar duidelijk: duurzaamheid, een inclusieve samenleving en armoedebestrijding zijn stuk voor stuk terreinen waarop beide zich begeven”, aldus Hamer. “Hoewel het poldermodel onder druk staat, denk ik dat Nederland altijd op deze overlegstructuur zal teruggrijpen. Het hoort bij ons. Wel zal dat overleg in de nabije toekomst met meer partijen moeten worden gevoerd, waaronder de filantropische sector. De inbreng van de wetenschap is broodnodig om de koers in de verandering mede vorm te geven. Daarom is de oprichting van de NAP een geweldig initiatief.”

Rien van Gendt, éminence grise in de filantropische sector, illustreerde de noodzaak van het aansluiten van onderzoek en praktijk. “Fondsen hebben duidelijk behoefte aan verdieping”, stelde hij. “Je kunt daarbij denken aan participatieve grant making. In het Verenigd Koninkrijk vroegen vermogensfondsen zich af hoe het toch kon dat zij de onderstromingen in de Britse samenleving die hebben geleid tot de Brexit, nooit hadden opgemerkt. De vraag is dan hoe vermogensfondsen dichter bij de samenleving kunnen komen. De wetenschap zou kunnen nagaan of fondsen niet open zouden moeten staan voor voorstellen die worden ingediend buiten de gebruikelijke procedures (unsolicited requests). Maar de wetenschap zou ook thema’s kunnen aanroeren voor foundations die nog niet spelen, maar wel zeer relevant zijn. Bijvoorbeeld de mate waarin een fonds bereid is risico te nemen. Zou je in zee moeten gaan met ngo’s die nog maar net bestaan en zichzelf nog niet bewezen hebben? Of hoe ga je bijvoorbeeld om met mislukte investeringen. Vermogensfondsen en onderzoeksinstellingen zouden elkaar veel beter kunnen inspireren om beide sterker in hun kracht te zetten.”

Toekomst: noodzaak van en voorwaarden voor verbinding
Onder de noemer ‘Visie op een Nieuwe Wereld’ hield professor Bob de Wit (Nyenrode Business Universiteit) een pleidooi voor nieuw leiderschap voor de aanstaande maatschappelijke revolutie. “We staan op het keerpunt waarin het industriële tijdperk wordt opgevolgd door het digitale tijdperk en het tijdperk van de kunstmatige intelligentie. Onderzoek door de Universiteit van Oxford liet zien dat 47% van alle banen in onze samenleving door digitalisering en robotisering sterk onder druk komen te staan, en 19% een gemiddeld risico hebben om te verdwijnen. Vergeet niet dat het hebben van werk de belangrijkste factor is voor rust in de maatschappij. Alle grote maatschappelijke veranderingen gingen in het verleden gepaard met sociale onrust. Willen we dit voorkomen, dan moeten we met elkaar in gesprek.”

Prinses Laurentien haakte hierop in met een pleidooi over toekomst en moreel management. In haar werk voor Raad voor de Kinderen heeft zij wereldwijd honderden jongeren gevraagd hoe zij aankijken tegen grote strategische en maatschappelijke vraagstukken. “Die gesprekken hebben mij het inzicht gegeven dat je de gedachte moet loslaten dat je ‘alles wel weet’. Echte inclusiviteit gaat om het loslaten, bijvoorbeeld van onze definitie van leiderschap. Het gaat om het opbrengen van empathie en het èchte luisteren”, hield zij de toehoorders voor. “We moeten op de juiste manier in gesprek gaan, ook met jongeren. Immers, een diverser leiderschap is nodig om almaar complexer wordende problemen op te lossen. Daarvoor moet op een andere manier het geld worden verdeeld. Ik zie hier duidelijke rol weggelegd voor de filantropie.”

Health Qigong
De bijeenkomst werd afgesloten met een gezamenlijke oefening voor alle aanwezigen van het symposium in Health Qigong, waaronder ook de Chinese ambassadeur voor Nederland, excellentie Wu Ken. Health Qigong is een eeuwenoude bewegingskunst waarin gezondheid en bewegingstechniek centraal staat. Den Haag is de woonplaats van een mondiaal gewaardeerd Qigong grootmeester Fei Yuliang. Hij haalde het World Health Qigong exchange tournament naar Nederland, dat plaatsvindt in dezelfde week als Rethinking the Netherlands.

De NAP voorziet in een structurele kennisuitwisseling van wetenschappers die verbonden zijn aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Maastricht University, Nyenrode Business Universiteit, de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de Vrije Universiteit, het Erasmus Centre for Strategic Philanthropy (ESCP), de Hogeschool Windesheim en CrossCulture Solutions.

Voor vragen en meer informatie, neemt gerust contact met ons op.

U bent hier